Van de O.J.J.C De Geut tot de gemeente (raad) en hoe ik Leusden in mijn DNA kreeg

Van de O.J.J.C De Geut tot de gemeente (raad) en hoe ik Leusden in mijn DNA kreeg

01 december 2025

Elke week verschijnt een artikel van een lokale politicus in de LeusderKrant onder de rubriek Raadgever. Deze week is dat fractievertegenwoordiger Fatma Erylilmaz namens D66.

Ik ben in 1963 geboren in Turkije, maar sinds mijn derde levensjaar woon ik in Nederland. Op mijn achttiende streek ik neer in Leusden, en eerlijk gezegd: ik had er net zo goed geboren kunnen zijn. Vanaf dag één voelde het alsof ik thuiskwam. Sommige mensen hebben voetbal in hun bloed, ik blijk Leusden in mijn DNA te hebben. In de loop der jaren heb ik van alles gedaan. Ik begon als maatschappelijk werker, stapte over naar de politie (en ja, dat was soms net zo spannend als het klinkt) en keerde daarna met liefde terug naar het maatschappelijk werk. Maar mijn betrokkenheid ging verder dan werk alleen. Ik was vrijwilliger in het oude jongerencentrum De Geut, later bestuurslid bij De IJsbreker. Jarenlang stond ik als overblijfmoeder op basisschool De Vallei, hielp mee met de dierenweidedag en roerde regelmatig in pannen voor de aanschuiftafel in Alandsbeek en Leusden-Zuid. Toen corona uitbrak, ontdekte ik iets nieuws: naast koken en bakken voor buren groeide mijn politieke interesse. Na die periode meldde ik mij aan als fractiemedewerker bij D66. Want als je toch overal in Leusden rondloopt, kun je het maar beter officieel doen.

Toch is er één ding dat mij altijd raakt: ik heb alle kansen gekregen in Nederland en heb ze met beide handen aangegrepen. Dat komt, denk ik, omdat er in mijn jeugd veel minder stigma lag op “van elders komen”. Tegenwoordig hoor ik soms mensen praten over buitenlanders, zelfs als ik erbij sta. Als ik dan fijntjes opmerk dat ik óók niet in Nederland ben geboren, volgt vaak een geschrokken reactie: “Oh, jaaa maar JOU bedoelen we niet.” Nee, natuurlijk niet! Mij kennen ze: van de overblijf, de dierenweidedag, De Geut, De IJsbreker en van het heerlijke eten bij de aanschuiftafels. Maar wie bedoelen ze dan wél? Mensen die ze níet kennen. Precies dát is waarom ik me inzet voor een open, warm en nieuwsgierig Leusden. Want ik weet zeker: als we elkaar écht leren kennen, hoor je uiteindelijk altijd “nee hoor, jou bedoelen we niet.” En misschien, heel misschien, zeggen we op een dag: “Eigenlijk bedoelen we niemand.”